• Levensloop

    Warrinnier, Alfred (Edmond, Marie)

    °Brugge, 10 maart 1938
    Dichter, schilder, essayist
    Emeritus Gewoon Hoogleraar aan de Faculteit Wetenschappen, dep. Wiskunde, afd. Algebra en Topologie, van de KULeuven.

    STUDIES

    Secondaire studies aan het Koninklijk Atheneum te Brugge (Verversdijk), moderne afdeling en de Koninklijke Cadettenschool te Laken, wetenschappelijke A, van 1951 tot 1954 en van 1954 tot 1957. Onder mijn merkwaardige leraars vermeld ik mijn wiskundeleraar op het atheneum, J.Mattheeuws en mijn leraar Nederlands in de Cadettenschool Frans Van Vlierden, alias Bernard Kemp. In de twee scholen eindigde ik als primus van het jaar en kende dus de last goed student te zijn. Mijn moeder vond dat ik naar de Cadettenschool “moest” omwille van de financies, in een gezin met vijf goede studenten moesten mijn ouders wel creatief denken. Of ik geschikt was om een loopbaan in het leger te beginnen was een andere zaak. Ik denk het niet en heengaan uit het Atheneum en Brugge is altijd een soort van verbanning geweest. Ik lukte in 1957 het toelatingsexamen van de Koninklijke militaire school, afdeling Polytechnische, na een opleiding in Aarlen vervoegden we de K.M.S. in de 112-de promotie.


    Na twee jaar, in 1959 behaalden we het brevet van onderluitenantleerling Applicatieschool.
    Ik was primus van de promotie en werd cacque van de 112-de.
    Maar in 1960 moest ik de school verlaten omwille van een niet mogelijkheid om te trouwen in de Militaire School. Ik huw op 20 oktober 1960 Marie-Louise (Lou) De Causmaeker uit Blankenberge (° 8 april 1939). Uit het huwelijk worden geboren: Johan (1960), Jan (1962) en Hans-Christiaan (1970).


    Eerst behaal ik de kandidatuur Wiskunde met onderscheiding voor de Centrale Examencommissie, eens de keuze van de studierichting gemaakt word ik van 1961 tot 1963 student aan de KULeuven in de licentie wiskunde. Ook was ik toen leraar aan het St. Pieterscollege in Leuven waar ik wiskunde, tekenen en natuurkunde doceerde.
    In 1963 word ik licentiaat in de wiskunde op een thesis over de Algemene Relativiteit en behaal die graad met de grootste onderscheiding. In dezelfde adem werd ik ook geaggregeerde van het hoger secundair onderwijs met de grote onderscheiding.
    Van oktober 1963 tot oktober 1967 ben ik assistent en doctoraatsstudent in Leuven. Ik had toen contact met Universitas medewerkers zoals Herman Parret, Herman Roelandts, Georges Adé, Eddy Stols enz., met velen bleef een grote vriendschap maar vooral een blijvende interesse en respect voor elkaars wetenschappelijke activiteiten.


    In 1967 behaal ik het doctoraat Wiskunde na studies ondermeer in Lille, Amsterdam en Parijs. Ik kwam zo in contact met vele grote wiskundigen zoals Pierre Deligne (ULB), Alexandre Grothendieck, de vernieuwer van de Algebraïsche Meetkunde en medestichter van de groene beweging in Europa. Mijn promotoren waren Professor Louis Bouckaert, een zeer bekwame wis- en natuurkundige uit Leuven en Prof. Paul Dedecker, een man die voortdurend de wereld afreisde en door zijn vele ervaringen in Latijns-Amerika ons in contact bracht met wiskundigen uit Chili, Peru, en Brazilië. Ze drukten een grote stempel op mij “opvoeding”.

    PROFESSIONELE LOOPBAAN

    Na het leraarschap in het Sint-Pieterscollege word ik assistent aan de KULeuven bij Prof. Louis Bouckaert ( jaren later hebben mijn drie zonen in dat college gestudeerd ). Na mijn doctoraat maak ik dan de klassieke bliksemloopbaan van eind de jaren zestig. De professoren, die vroeger soms tot twintig uur per week doceerden, mochten plots niet meer dan zes uur les per week doceren. Er kwamen dus heel wat plaatsen vrij aan de universiteit temeer daar de overheid de ideeën van het “Colloque de Caen” overnam. Dit hield in dat een academicus niet alleen onderwijs maar ook en vooral onderzoek moest plegen.

     

    Kortweg was ik in 1974 gewoon hoogleraar, merkwaardig genoeg had ik opnieuw soms tot twintig uur les per week ( ik was lang titularis, zonder vervanging, van 6 vrij grote cursussen). Zo ging ik 13 jaar voor 1 à 2 dagen naar Kortrijk waar de universiteit Leuven een bijhuis had, campus Kortrijk genoemd. De oprichting was een puur politieke beslissing die uitgevoerd werd met een minimum van materiële en vooral menselijke middelen. Gelukkig waren ook hier positieve aspecten: de studenten hadden veel begrip voor hun navetterende professoren en ik leerde veel interessante collega’s ook van andere faculteiten kennen, ik denk op mensen zoals Prof. Paardekoper, rector H.Brugmans.


    Terwijl ik dus in verschillende faculteiten les gaf, zelfs in de economie, organiseerde ik in onze onderzoeksgroep algebra en topologie het onderzoek, vroeger onbestaand, ondermeer door seminaries te organiseren, ook met vrienden en collega’s van de U.C.L. Jammer genoeg moesten we dan de grote taalstrijd meemaken en verhuisden de Franstaligen naar Louvain-la-Neuve: een zeer dure politieke flater die het begin was van een breuk tussen de twee taalgemeenschappen daar waar een wederzijdse verrijking mogelijk en wenselijk was.


    Met de jaren had ik ook het genoegen heel veel jonge studenten via de thesis op te leiden tot degelijke wiskundigen die vooral door het onderwijs zelf voor vernieuwing zorgden. Een 300-tal licentiaatthesissen, een tiental doctoraten en veel lessen en seminaries maakten dat we nooit het contact met de jeugd verloren. Door de zogenaamde “Moderne Wiskunde” en de Industriële Revolutie, later ook de informatica, was het aantal studenten immers fel toegenomen (200 eerste-kanners!).


    Ik was ook bijzonder actief, tegen wil en dank, in het academische beleid. We waren immers erg onderbestafd en stonden in voor alle diensten met een minimum van administratieve hulp.


    Ik was 9 jaar lid van het bureau van de faculteit, van 1982 tot 1985 vice-decaan, voorzitter van de programmacommissie wiskunde gedurende 15 jaar ( medeoprichter van de studierichting informatica, waarvan rector De Somer zei: het is overbodig want geen wetenschap maar we moeten volgen omwille van het studentenaantal), departementsvoorzitter van 1991 tot1998.

    LITERATUUR

    Van jongs af aan ben ik een grote lezer geweest, het is gratis, interessant en ik heb lang gedacht dat het geschreven woord juist was. Vooral in de Cadettenschool en de Militaire School waren er omvangrijke bibliotheken ter beschikking van de leerlingen. Ook culturele activiteiten waren legio: spreekbeurten, filmmuseum, cabaret en toneel (zoals “Wachten op Godot” met S.Rouffaer).


    In Leuven waren de contacten, ondermeer met de Universitassers bepalend voor een verder contact met taal, kunst en filosofie. Ik woonde enkele hoogstaande seminaries bij van Prof. Ladrière en veel beroemde en beruchte voordrachten, zoals van A.Dewaelhens, J.Lacan en Derrida.


    Ik was van Sint-Maartensdal, blok II nr.342, Leuven waar ik van 1963-1970 woonde verhuisd naar Oud-Heverlee, Ophemstraat 52, maar dat weerhield ons niet intens mee te leven met de borrelende cultuur in de universiteitsstad. In het jonge Stuc bijvoorbeeld waren we vaste klanten voor filmreeksen (Fassbinder, Bergman enz.) en de moderne dans. Meer en meer werd ik voor de literatuur, kunst en wetenschap gepassioneerd. Eind van de jaren tachtig begon ik met het schrijven van gedichten. Mijn eerste bundel “Gesprekken met de buitenwereld” dateert van 1985 maar werd nooit gepubliceerd, ze bestond uit 25 gedichten van 5 strofen van 5 verzen, waaruit mijn liefde voor mooie getallen nog eens moest blijken.
    Zo kwam ik in contact met de Leuvense Schrijversactie-Europees Poëziefestival van Eugène Van Itterbeek. Van 1986 tot 1995 ben ik in de Blijde Inkomstenstraat bij Eugène erg actief geweest. Ik heb een tijdlang meegewerkt aan het tijdschrift “Letters”, aan de poëzieprijs van het centrum en aan de organisatie van de zeer hoogstaande Internationale Congressen die Eugène organiseerde. Vooral dat van “Poëzie en Wetenschap” in 1989 met een bijdrage over “Mathematics and Poetry” en deze (de laatste?) over Moderniteit en Traditie in 1995 met een bijdrage over “Modernité et Tradition dans les Sciences”. Ik was lid van de raad van bestuur en zelfs voorzitter (de laatste?) van het Europese Poëziecentrum, dat in 1996 gekapseisd is onder de druk van verzopen financies en innerlijke twisten. Wat later is de prachtige bibliotheek van het centrumvoor een prikje verkocht aan het Poëziecentrum te Gent en kort nadien zwaar beschadigd in een brand. Helaas!


    Ik heb ook veel bijgeleerd en samengewerkt met de Leuvense Schrijversacademie “Wel” van Hans Devroe. Ik heb daar cursussen gevolgd over het Schrijven van verhalen, fictie en non-fictie, film, semiotiek maar vooral poëzie. Mijn eerste publicaties waren in de Letters van Eugène en in Wel van Hans Devroe. Ik heb een reeks essays over literatuur geschreven :”Robert Walser, Elsa Morante, Hermann Broch, Wiskunde en Poëzie, Oulipo enz.”.


    Mijn eerste gedichtenbundel:”Het innerlijke van de Cirkel” verscheen in 1988 bij de Leuvense Schrijversactie van Eugène. Het was een mooie uitgave met tekeningen van Anatole Fomenko, een Russische wiskundige, beroemd voor zijn zwart-witte pentekeningen waar de wiskunde metaforisch gebruikt wordt om het sovjetsysteem te beschrijven in zijn gigantisme en gruwelijkheid. Ook in mijn poëzie wordt de kwalitatieve wiskunde gebruikt om gevoelens en het mededelen ervan uit te drukken. Een moeilijkheid is dat die wiskunde niet gekend is of verkeerd begrepen wordt. Maar soms is de interesse droevig laag. Neem de titel van mijn tweede bundel: “Porismen”, uitgegeven bij uitgeverij P van Leo Peeraer te Leuven. Een porisme is bij Euclides een stelling die opduikt in het bewijs van een andere stelling, Proclos spreekt van een geschenk der goden. Weinigen begrijpen of reageren!


    Ook de titel van mijn vierde bundel was doorstroomd van wiskundig geformuleerde gevoelens: “Bijna nabij” draagt een symmetrie, een (weer)spiegeling en het omgevingsbegrip of nabijheid waarop de gehele topologie gebouwd is. Niemand is verplicht te begrijpen maar de dichter hoopt dat de intuïtie de lezer in de goede richting duwt. Iemand zoals de beeldhouwer Alexander Ketele heeft er een project rond ontworpen, drietalig verschenen ter gelegenheid van enkele tentoonstellingen.
    Het meest geciteerde essay over Wiskunde en Poëzie is “ Ultimately, mathematics is poetry” in het “Humanistic Mathematical Network”, 1991 tijdschrift waarin heel wat reflectie over wiskunde en kunst te lezen zijn.


    Maar dat kan ook in het Nederlands, in 2007 verscheen een themanummer van “Wel” met als titel “De mathematische Muze” waarin over dit betoverende onderwerp heel wat inlichtingen en voorbeelden staan.


    Uiteindelijk was ik medeoprichter van Mengmettaal, een Leuvens kunstenaarscollectief. Kort na de teleurgang van het Europese Poëziecentrumhebben de meeste dichters van Leuven een losse vereniging in het leven geroepen die de beeldende kunsten en de poëzie bij elkaar bracht onder het impuls van Lieve Devijver, Mark Meekers, Johan van Cauwenberg, An Wiering en velen anderen werd met zeer weinig middelen elk jaar een programma opgebouwd en uitgevoerd dat meestal kunstenaars en dichters bij elkaar bracht. Dikwijls werd er rond een thema gewekt zoals “De dood”. Een hoogtepunt was de vertaling en de diverse opvoeringen van de “Pierrot Lunaire” een verassend frisse en sterk werk van de Franstalige Leuvense dichter F.Giraud. Mengmettaal vernieuwt zich voortdurend, heeft een uitmuntende website en blijft actief.

    SCHILDER

    Sinds jaren schilder ik allerlei vormen, als topoloog (de wiskunde van de vormen) ben ik door krommen en oppervlakken begeesterd. De band van Möbius is mijn geliefkoosd object.


    Rond 2000 ben ik begonnen systematisch Jordan-krommen te tekenen. Dit zijn gesloten (zonder begin noch eind) krommen die zichzelf niet snijden. Het zijn dus vervormingen van de cirkel, maar het aantal mogelijke vervormingen is eindeloos in het oneindige vlak. Een verassend moeilijk te bewijzen, maar vrij natuurlijke bewering over Jordan-krommen is dat ze het vlak in juist twee gebieden verdelen, de binnenkant en de buitenkant. De krommen die ik teken worden ogen, bloemen, vogels, maskers enz. terwijl ze draaien rond twee, drie of meerdere (vaste) punten in het vlak. Dergelijke krommen zijn op continue vervorming na elementen van belangrijke groepen (vrije groepen op 2, 3 of meerdere generatoren).


    Het merkwaardige en tot heden niet bekend is dat die krommen zelf een aritmetica dragen, b.v. van de vorm 3+5+8=16. Het zijn aldus, zegt Prof. E.Stols iconen van wiskundigen realiteiten. Men ziet bovendien dat de getallen dikwijls zo optreden dat een derde getal de som is van twee voorgangers, dat is karakteriserend voor de rij van Fibonacci.
    Als kleuren gebruik ik het kleurenpalet van Plato uit zijn Timeus. Hij maakt elke kleur vanaf 5 basiskleuren met behulp van een eenvoudige formules zoals A+ 2B+C+D+E waarbij elke letter een kleur voorstelt.


     

  • Iconen in vers en beeld

    Aan de hand van teksten en beelden zullen we tonen hoe tekens, zelfs wiskundige tekens, en beelden, zelfs -krommen die rond punten draaien een dimensionele inhoud kunnen dragen.

    In zijn voor laatste boek "Spijt en Respijt" heeft alfred warrinnier de twee bij elkaar gebracht. Reeds op het titelblad zie je een Jordankromme die rond drie punten draait, de tekening draagt de formule 1+2=3 (in het aantal draaiingen). De titel, met de herhaling van “Spijt” (over wat voorbij is) met “Re” ( die het hernemen inzet).

    Het Benjamenta Instituut is virtueel, verwijst naar de dichter R.Walser en zijn wondermooi boek "Jacob von Gunten".

    Uit de bundel lichten we enkele gedichten. “Allerheiligen” typeert het 1 nov gevoelen dat ons telkenmale opnieuw overvalt . Het beschrijft ook de de echte inhoud van de relatie tot natuur en tot de andere. Samen de nodige (blaren rapen) en de fundamentele handelingen (ademen).Dit zelfde wordt in het beeld hieronder gesuggereerd : samen ademen, vliegen en leven. Nu is het een Jordan-kromme die het realiseert. Deze kromme draagt de formule 3+2=5 ( uitleg later).

     

     

    allerheiligen


    dat we nog samen blaren kunnen
    samenvegen
    en de steeltjes plukken
    die klimop
    achterlaat
    - broos vervroren
    langs de oostkant
    van ons huis –
    kijk wat leven is
    en al de rest
    ongezegd gebleven
    blijft liggen
    spreken:
    samen
    ademhalen
    in de koude wind

    Uit de ​helm geboren

    Deze Jordan-kromme draait 2,3 en 5 keer rond zekere punten (zoek!) en realiseert dus de formule 2+3=5. Ik heb hier ook duidelijk een pre-fractale vorm gemaakt omdat dezelfde kromme zich gehaald. Het is een helm waaruit de twee geboren wordt.

    Wijnglas

    Bij lichtinval op een glas (rode) wijn ontstaan door projectie prachtige wiskundige krommen en oppervlakken, waarvan hier een illustratie.Deze beelden zijn ook zeer geschikt voor kunstfotografie.

    Het duiveltje blijft nooit ver weg.

    Masque et Bergamasque

     

    In deze kromme werd punt-symmetrie gerealiseerd, we bekomen een tweedelig masker

     

    De Jordan-kromme bestaat uit twee delen en realiseert door een puntspiegeling een symmetrie. Het geheel suggereert een masker dat uit twee delen bestaat.

    Guido Gezelle

    Er bestaat een foto van Guido Gezelle in gezelschap van een Kortrijkse familie. Een fotograaf uit Ieper (H. Asaert) haalde er in de jaren 1920 het gezicht van de grootste vlaamse dichter uit, na vergroting en bewerking bekwam hij een mooi beeld van G.G..

    Ik kon een exemplaar kopen op de Brusselse vlooienmarkt, de verkoper kende G.G. niet en vroeg me 1 euro. 

    Deze wiskundige kromme geeft in een trek het prachtige hoofd van G.G. terug.

    A.Fomenko: Vreemd

    Deze "vreemde" man van Fomenko wordt overwelmd door de oneindige wiskunde en de verdrukking door zijn realiteit.Zie Het Innerlijke van de Cirkel

  • Poëzie:

     

     

    Het Innerlijke van de Cirkel

    Twee-eenheiden en 2+3=5

  • Deze bundel werd uitgegeven door Eugene Van Itterbeek bij de Leuvense Cahiers van het Europese Poëziecentrum, in quarto formaat. Hij is geïllustreerd met reproducties van tekeningen ven de grote Russische wiskundige Anatole Fomenko.

     

    De tekeningen van Fomenko geven een indrukwekkend beeld van de hedendaagse wiskunde en illustreren zowel de meetkunde, met krommen, oppervlakken en topologische vormen als de getallenleer. Hij roept ook een bloedstollend beeld op van de verdrukking van de mens in de Sovjet Unie (de tekeningen waren toen verboden).Terzelfder tijd tonen ze de druk waaronder de wiskundige leeft en hem soms voert tot de waanzin.

     

    Vreemd

     

    vreemd

    ik kan nu weerloos

    door je kijken

    de stilte beminnen

    gevallen tussen ons

     

    vreemd

    ik kan nu  kalm

    en ijzig lachen

    om onbegrip

    dat langs me gleed

     

    vreemd

    het rimpelvlak

    onder mijn zij

    de trein die dendert

    door de onrust

     

     

     

    Zo Dicht bij Aanwezigheid

     

     

    Uitgegeven door Eugène Van Itterbeek in het Europees Poëziecentrum "De 7 Slapers" te Leuven in 1994

    De titel verwijst naar een tekst van Heidegger waarin hij zegt: het komt er op aan zich te wenden, door de beweging en de verandering, naar een blijvende aanwezigheid

    Ik heb de Goden nooit bemind

     

    ik heb de goden

    nooit bemind

    k

    mijn vragen waren hun teveel

    leed moest ik alleen dragen

    wat ik verlangde was verkeerd

     

    ik heb de goden

    zeer ontstemd

     

    mijn lach verbrak hun stilte

    tranen konden ze niet verdragen

    wat ik misdeed werd genoteerd

     

    ik heb de goden

    genegeerd

     

    mijn wegen meden hun verkeer

    twijfel kroop in de aders

    wat ik deed kon hen niet eren

     

    van de goden

    heb ik afscheid genomen

     

     

     

     

  • hier een fragment van het titelblad van de bundel " zo dicht bij aanwezigheid"

    het is de energie structuur van het woord CHRYSALLIS , de geometrische projectie van dat woordheeft de vorm van de werveling,het begin en einde van alle beweging, ontwerp POLYXENE KASDA 1994

  • porismen

     

     

    Deze bundel werd bij Uitgever P in1992 gedrukt.Een porisme is volgens de Griekse meetkunde een eigenschap die bekomen wordt bij het zoeken naar een andere eigenschap, is dus een geschenk der goden.

    Weer treffende tekeningen van A.Fomenko

     

     

     

    ik heb alles

    zei ik

    in zekere zin

    behalve

    CIRKEL

     

    en als hij niet langer cirkel is

    tot punt verworden

    op het witte blad

    neergeworpen

     

    hij zou zonder omgeving leven

    zone-loos verloren zijn

    nergens een baan

    om ten onder te gaan

     

    nergens een plooi

    om in te schuilen

    nergens een plaats

    om ten onder te gaan

     

    en als hij nu geen cirkel is

    alleen maar stip

    om middelpunt zijn

    heersen kan hij dan worden

     

     

     

  • Bijna Nabij

     

    Dit is mijn tweede bundel bij Leo Peeraer uitgegeven, de titel illustreert wat met wiskunde in de poëzie bedoeld wordt in het bijzonder is de symmetrie in de titel duidelijk, "Bijna Nabij" werd herhaald overgenomen, ook door de zeer wiskundig geïnspireerde beeldhouwer Alexander Ketele.

    Woestijnen

    woestijnen

    ben ik blijven

    benijden

    geen water

    geen vogels

    geen lawaai

    alleen vorm, volmaakt

    in zand gegolfd

    in korrels, uniform

     

    tot in oneindig klein

    heel fijn

    in sferen opgedeeld

     

    alleen ik weet

    in een atoom

    geconcentreerd

    in een oase

    ons is toebedeeld

    genade

    hij kijkt naar de wolken

    met ogen die de hemel zien

  • van licht oker en donkere gloed

     

     

    deze bundel werd ook,in 2000, uitgegeven bij Uitgever Peeraer te Leuven

    de titel verwijst naar de komst van de herfstjaren, meer bezinning maar ook reflectie over wat onontgonnen blijft: het irrationaal getal van de spijt.

     

    een zuivere 7+1=8

    een zuivere 7+1=8

    met de tijd

    onderling

    onmeetbaar

    stroom ik soms mee

    lig ik soms stil

     

    tussen ons twee

     

    tast

    de eindeloze leegte

    met broze vingers

    af

     

    schrijf in de tijd

    het irrationaal

    getal van de spijt

    ik zou zweren

    de gang

    van zwanen

    loopt langs lijnen

    waar je het gezang

    der goden hoort

     

    daarom is het

    zwanen

    zwijgen

  • van spijt en respijt

    deze bundel heb ik zelf gezet en uitgegeven te Leuven in 2010 ter gelegenheid van de viering van mijn 50-jarige huwelijk met Lou, aan wie de bundel opgedragen is

    het Benjamenta Instituut, als uitgever vermeld, is de School waar men niets leert en waar geen leraars zijn van Robert Walser 

     

    TUINMAN

    de tuinman

    heeft de dreef

    met weemoed afgezet

     

    twee rijen cijfers

    blijven rijden

    naar oneindig

    dwars snijden ze

    het beeld

    waar hij naar streeft

     

    de tuinman

    heeft de hoop

    opgeveegd

     

    zoveel lagen dromen

    opgestapeld in zijn hoofd

    tot aan de bergen

    regendagen hoog

    het onweer

    ontloopt hij nooit

     

    de tuinman

    heeft de stilte 

    met vele talen 

    aangekleed

  • De Gedichten van het Jaar Nul

     

     

     

    HERDER

     

    I Het verlies

     

    ik ben de herder
    van de verloren schapen
    tussen rotsen en wolken
    zoek ik radeloos
    mijn kudde en honden

     

    troosteloze herder
    zonder schapen
    waar zijn de rovers
    wie zijn de doders
    groot is mijn verlies

     

    heeft misschien een heks
    schapen en lammeren
    naar het ravijn gelokt
    om de sabbat te vieren
    met hun bloed en vlees

     

    II De vondst

     

    mijn arme schapen
    ze lopen verloren rond
    op een gesloten weide
    in het dorp onbeschaamd
    door hebzucht aangestaard

     

    hun melk stelen
    hun vacht afscheren
    ze dan kelen
    zo is het volk
    ik moet de regel keren

     

    midden in de nacht
    als de slachters slapen
    zal ik mijn schapen
    weten weg te halen
    de ram zal ze leiden

     

     

    III De terugkeer

     

    offeren we eerst een lam
    goden krijgen graag hun deel
    jullie mogen feesten
    het vuur is aangelegd
    de priester prevelt de gebeden

     

    de weg terug is hard
    in de dichte mist
    zien we kuil noch tranen
    wijl de muil van de beer
    vol staat met kwijlwater

     

    wegels liggen altijd
    op de verkeerde plaatsen
    bij de tweesprong
    kiezen we ‘t verkeerde spoor
    het loopt recht naar het water

     

     

    IV Het Verraad

     

    schapen kijken uit
    naar warme plaatsen
    zoeken het vuur
    waar dansende vrijers
    loze beloften maken

     

    zouden wij ons huis verlaten
    dolen in de mist
    een verloren kudde schapen
    opjagen met een list
    langs verkeerde paden?

     

    om met klamme handen
    rillend van de angst
    ze te jagen naar het ravijn
    waar god en wolf wachten
    op het beloofde festijn

     

    Verlos ons van het kwade. Amen.